Fysiektheater


Een cursus over fysiek theater, wat is dat precies? Er is moeilijk een eenduidige definitie te geven over wat fysiek theater inhoudt, dit verschilt per docent, maker en per genre binnen theater. Zo heb je bewegingstheater, dans, mime en het lichaam in performance. Er is altijd ontzettend veel te ontdekken binnen lessen over fysiek theater omdat elk lichaam anders werkt en elke groep een andere dynamiek heeft. Dit zijn twee belangrijke principes voor fysiek theater. Fysiek theater en fysiek spel heeft de kracht dat het vaak heel echt theater is, omdat je je lichaam niet zo makkelijk voor de gek kan houden, en een publiek dus ook niet. Dit geeft super veel mogelijkheden om aan de slag te gaan en te ontdekken wat het betekent om vanuit je lichaam tot spel te komen. We zullen tijdens de cursus ook zeker met tekst werken, maar vanuit een fysieke invalshoek. Alles begint bij het lichaam, de ruimte en de ander, en hier wordt tekst aan toegevoegd. De cursus is super geschikt voor spelers die graag op de vloer staan, improviseren, durven om te onderzoeken wat het lichaam allemaal kan en hoe je als performer fysiek theater kan maken.

 

Tijdens de lessen fysiek theater werken we rondom drie verschillende pijlers om fysiek theater te ontdekken, in al haar verschillende facetten.

 

Die pijlers, met toelichting, zijn als volgt:

  1. Oefening/onderzoekend ervaren. Dit gaat over oefenen, het krijgen van opdrachten om te ontdekken waar je lichaam allemaal toe in staat is, hoe het kan transformeren als je toneelspeelt, wat het betekent om met je lichaam op de spelvloer te staan en om te ontdekken wat je allemaal kan doen en vertellen door gebruik van beweging. Iedereen heeft een ander lichaam, dus iedereen heeft andere mogelijkheden. Door middel van theater oefeningen gaan we ontdekken waar ieders lichamen toe in staat zijn en waar ieders mogelijkheden en kwaliteit ligt. In deze pijler richten we ons voornamelijk op het ontdekken van spelen met het lichaam.
  2. Spelen/zoeken. Bij de pijler spelen gaan we zoeken naar hoe we kunnen spelen met de kennis en ervaring uit het oefenen met het ontdekken van het lichaam als instrument. De deelnemers gaan op de vloer gericht werken vanuit spelopdrachten en scenes die de docent bedenkt en aandraagt. Hier is de ruimte om het lichaam nog verder te ontdekken vanuit de opgedane kennis tijdens het oefenen. We gaan zoeken naar hoe het lichaam zich verhoudt tot theatrale context en theatrale settings. We gaan hier het plezier van spel door het lichaam ontdekken.
  3. Maken/onderzoekend spelen. In deze pijler proberen we de oefening en het spelen nog verder te overstijgen door als makers aan de slag te gaan en zelf, door middel van input van de docent, theater te maken wat draait om beweging en fysiek spel. Hierin begeleidt de docent de deelnemers in het ontwikkelen van korte theatrale scenes, aan de hand van wat er tijdens het oefenen en spelen is ontstaan. Tijdens het maken en onderzoekende spelen zullen we geregeld terugvallen op spelen en oefening.

De pijlers zijn bedoeld als houvast voor de deelnemers en de docent om te weten waaromheen we werken. Ze staan niet in steen vastgelegd, en zullen elkaar continu overlappen. Het geeft een richting aan welke domeinen we binnen theater en fysiek spel we aan gaan raken. Verder zullen we ook gaan kijken naar bestaande theatermakers die veel met fysiek theater en bewegingstheater werken om een beeld te krijgen van de diversiteit wat betreft fysiek theater. Deze bronnen gebruiken we ook als training en inspiratie voor de lessen waarin we aan de slag gaan met het maken van fysiek theater.

 


Docent 2021-2022: Jesper Pouw



Lesplan 2021-2022

Les 1: Eerste ontmoeting. Een eerste ontmoeting tussen de deelnemers en de docent en het gegeven fysiek theater. We gaan werken met het lichaam, kennismaken met ons eigen lichaam door middel van oefeningen en opdrachten die de spelers laten ervaren hoe het is om niet vanuit tekst de vloer op te gaan, maar om te staan en te kijken, om van daaruit tot spel te komen. Centraal staat: de nulhouding, ruimtelijk bewustzijn en kennismaking met het eigen lichaam.

 

Les 2: Transformatie. Deze les staat in het teken van het transformeren van het eigen lichaam. Dit doen we aan de hand van verschillende spel oefeningen, waarin de deelnemers zowel realistische transformaties ondergaan in het zoeken naar een rol, als onrealistische transformaties opzoeken naar dieren en andere bewegingskwaliteiten die de mens niet bezit. Centraal staat: transformeren, de definitie bewegingskwaliteit en het kijken en zoeken naar bewegingskwaliteiten van anderen.

 

Les 3: Viewpoints. Deze les gaat over de trainingsmethode viewpoints. Dit is een methode waarin acteurs en performers zichzelf trainen door samen oefeningen en spelopdrachten uit te voeren die al heel snel zorgen voor een theatrale compositie. De deelnemers gaan onderzoeken hoe hun lichaam zich verhoudt tot de ruimte, elkaar en de gegeven kaders binnen de viewpoints. Centraal staat: werken met de kaders van viewpoints, ontdekken naar hoe je allemaal samen kan spelen binnen die kaders en hoe de deelnemers zich verhouden tot de ruimte.

 

Les 4: Mime corporel. We gaan ons verdiepen in de mime corporel (dat is niet de pantomime die we kennen van de geschminkte maskers). Een richting die gaat over spelen vanuit het hier en nu. De deelnemers leren hun opgedane kennis over ruimtelijk bewustzijn en aanwezigheid in te zetten in improvisatiescenes. Centraal staat: ruimtelijk bewustzijn, hier en nu en spelen met deze facetten.

 

Les 5: Mime corporel. We bouwen verder door op de mime corporel, we zoeken verder naar wat deze techniek je kan opleveren als performer en acteur. Samen gaan we kijken naar een aantal korte mime bronnen en gaan we weer verder improviseren. De spelers gaan ook werken met een gerichte maakopdrachten waarin ze hun kennis kwijt kunnen rondom hetgeen wat we getraind hebben in de lessen. Centraal staat: aanwezigheid, ruimtelijk bewustzijn, hier en nu en het maken van een korte scene met deze facetten.

 

Les 6: Uitloopmogelijkheid voor een van de lessen over viewpoints of mime corporel. Dit zijn vaak leuke dingen om te trainen en het kan nooit kwaad om hier nog een les aan te besteden. Tegen deze tijd te bepalen of deze les ingevuld wordt door een van de eerder benoemde methodes of dat we door gaan naar het volgende. Dat is dan bewegingstheater.

 

Les 7: Bewegingstheater. We gaan kijken naar kleine filmpjes van het werk van Pina Bausch. We gaan verder zoeken naar de mogelijkheden van ons lichaam door meer te gaan zoeken in dans en beweging op theatrale wijze. Hierbij krijgen de spelers opdrachten en uitleg over de maakwijze van Pina Bausch, een methode waarmee iedereen theater kan maken. Centraal staat: comfortabel worden met het zoeken naar grotere, dansante bewegingen en kennismaken met Pina Bausch.

 

Les 8: Pina Bausch. De spelers krijgen een les de tijd om een scene te maken aan de hand van de maakwijze van Pina Bausch, hierbij gaan ze aan de slag met input van de docent. Ze krijgen, na een aantal bewegingsopdrachten ter inspiratie, de tijd om een scene te maken in korte groepjes. Aan het eind van de les laten de deelnemers het gemaakte werk aan elkaar zien. Centraal staat: ontdekken van de maakwijze van Pina Bausch, samen theater maken vanuit het lichaam en als performer in een eigen gemaakte scene kunnen spelen.

 

Les 9: Montage fase van Pina Bausch. De spelers gaan aan de slag met de laatste fase van de maakwijze van Pina Bausch. Ze werken samen, ook met de docent, om een kleine montage te maken van het gemaakte materiaal van de week ervoor. Ze ontdekken het belang van monteren en het samenbrengen van scenes. Hierin is het belangrijk om te blijven zoeken naar hoe iemands anders scene zich verhoudt tot het werk wat je zelf maakte. Centraal staat: monteren volgens Pina Bausch, uitdiepen en herhaling van beweging en het komen tot een klein gezamenlijk artistiek product.

 

Les 10: Deze les blijft nog open voor mocht er iets uitlopen of de moeite waard zijn om langer bij stil te staan. Mocht dat niet nodig zijn dan gaan we in deze les nog een kleine stap maken in hoe de de deelnemers op performatieve wijze hun lichaam in kunnen zetten. Dit doen we enkel als de groep daar baat bij heeft en dat aankan. Dat wijst zich in de loop van de cursus.

 

Les 11: Presentatie les waarin de deelnemers hun gezamenlijke gemaakte werk presenteren aan de andere cursus groepen.